De vraag die ik het vaakst krijg nadat een klant zijn eerste EcoVadis-scorecard binnen heeft, gaat niet over duurzaamheid. Die gaat over rekenkunde. “Wij hebben zonnepanelen op het dak, de helft van ons wagenpark is elektrisch, we scheiden al jaren ons afval en ons personeelsverloop is lager dan bij welke concurrent ook. Hoe komen we dan uit op een score van net boven de veertig?”
Het antwoord is ongemakkelijk maar simpel. Ze zijn niet beoordeeld op wat ze doen. Ze zijn beoordeeld op wat ze kunnen aantonen.
Wat EcoVadis daadwerkelijk meet
Een EcoVadis-beoordeling is geen meting van je milieuprestatie. Het is een beoordeling van de kwaliteit van je duurzaamheidsmanagementsysteem, uitgevoerd op basis van documenten. EcoVadis zegt dat in het eigen openbare methodologiedocument ook zo: de methodiek beloont het formaliseren van beleid, maatregelen en rapportage over resultaten.

Dat heeft één harde consequentie. Een antwoord in de vragenlijst zonder onderliggend document telt niet mee. Een eigen verklaring is geen bewijs. Wat je op de vloer doet en niet vastlegt, bestaat voor de analist niet.
Daar zit precies de scheefheid die ik in de praktijk tegenkom. Een bedrijf dat serieus verduurzaamt maar weinig vastlegt, scoort lager dan een bedrijf dat minder doet en het netjes documenteert. Dat is geen fout in de methodiek, dat is de methodiek.
Driekwart van je score gaat niet over beleid
De grootste misvatting in het MKB is dat een goed geschreven duurzaamheidsbeleid het probleem oplost. EcoVadis werkt met drie pijlers, en de verhouding daartussen is openbaar:
Driekwart van je score gaat dus over uitvoering en meetbaarheid. Een prachtig beleidsstuk levert je in het beste geval een kwart op. En de indicatoren worden beoordeeld in stappen van 25 punten, dus half bewijs kost je vaak een hele stap.
Waar in de praktijk de punten weglopen
In de trajecten die ik begeleid komen vier dingen steeds terug.
Het bewijs zit in het verkeerde vakje. De vraag vraagt om een resultaat, bijvoorbeeld je broeikasgasemissies, en er wordt een beleidsstuk aangeleverd. Correct document, verkeerde categorie, nul punten. Stel bij elke vraag eerst vast of er beleid, een maatregel of een resultaat wordt gevraagd, en lever precies dat.
De maatregel bestaat, de vastlegging niet. De vloer scheidt afval al zes jaar keurig. Er is geen procedure, geen werkinstructie en geen registratie. De maatregel is er, het bewijs niet.
Er is geen trend. Eén cijfer over één jaar is geen resultaat. Rapportage wordt beoordeeld op kwaliteit en ontwikkeling over tijd. Wie pas begint te meten in het jaar van de assessment, kan per definitie geen ontwikkeling laten zien.
Het document is formeel niet bruikbaar. Geen datum, geen zichtbare goedkeuring, nog een conceptaanduiding in de kantlijn, of een scope die niet duidelijk over de beoordeelde entiteit gaat. Ook praktisch: een gescand plaatje waarin de analist niet kan zoeken werkt tegen je. Loop elk document langs op deze punten voordat je het uploadt.
Drie wijzigingen uit 2026 die je submission direct raken
Per 15 april 2026 is de methodiek op een aantal punten aangescherpt. Drie daarvan zijn voor het MKB relevant.
De lat gaat elk jaar omhoog
Er is nog iets veranderd dat veel MKB-bedrijven zich niet realiseren. De medailles worden niet meer op vaste puntengrenzen uitgereikt, maar op je positie in het veld: platina voor de bovenste een procent, goud voor de bovenste vijf procent, zilver voor vijftien en brons voor vijfendertig. Je wordt vergeleken met alle bedrijven die wereldwijd in de voorafgaande twaalf maanden zijn beoordeeld.
Omdat die groep elk jaar beter presteert, stijgt de score die je nodig hebt voor dezelfde medaille. Vaste grenswaarden worden om die reden niet meer gepubliceerd. Dezelfde prestatie levert over twee jaar dus minder op dan vandaag.
En let op de ondergrens. Scoort één van de vier thema’s onder de 30, dan komt er geen medaille, hoe goed je totaal ook is. Eén verwaarloosd thema blokkeert het hele resultaat.

Waar de winst zit
Het goede nieuws is dat de meeste MKB-organisaties die ik zie méér doen dan hun score laat zien. Het snelste rendement zit dus niet in nieuwe maatregelen, maar in het aantoonbaar maken van bestaande. Inventariseer wat je al doet en leg het vast in de vorm die bij de vraag past. Gebruik wat je al hebt liggen: een ISO 14001-certificaat is hard bewijs onder de maatregelenpijler, en een ISO 27001-systeem levert bewijs op voor verantwoord informatiebeheer binnen het thema ethiek. En begin vandaag met meten, ook als de assessment nog anderhalf jaar weg is. Twee meetjaren zijn het verschil tussen een cijfer en een trend.
Je kunt dit allemaal cynisch lezen, als een documentatiewedstrijd. Ik zie het anders. Als je niet kunt aantonen wat je doet, weet je zelf ook niet of het werkt. Een bedrijf dat zijn eigen cijfers niet kent, kan er niet op sturen. De vastlegging is niet de truc om de score te halen, de vastlegging ís het managementsysteem. Dat is ook precies waarom EcoVadis en een ISO-managementsysteem elkaar versterken in plaats van dubbel werk zijn.
Haal uit je EcoVadis-score wat je verdient
De Vaart helpt MKB-organisaties hun duurzaamheids- en managementsysteem aantoonbaar te maken, zodat je score laat zien wat je werkelijk doet. Benieuwd wat er in jouw traject te winnen is?




